Eenzaamheid hoeft geen lege kamer te zijn. Het kan ook een volle zaal zijn waarin niemand jouw taal spreekt. Een paradox die de meeste mensen op enig moment wel eens hebben gevoeld: omringd door mensen, en toch volledig alleen. Het gevoel dat er een glazen wand staat tussen jou en de rest van de wereld, doorzichtig genoeg om iedereen te zien, maar ondoordringbaar genoeg om niemand echt te voelen.
Sartre zei ooit "de hel, dat zijn de anderen". Een zin die vaak verkeerd wordt begrepen als een verwijt aan de mensheid, terwijl het eigenlijk gaat over hoe wij onszelf verliezen in de blik van een ander. We passen ons aan, we spelen een rol, we redigeren onszelf tot een versie die acceptabel is voor de zaal. En in die constante aanpassing raken we soms het zicht kwijt op wie we zonder publiek eigenlijk zijn. Misschien is de hel niet de ander, maar de versie van onszelf die we voor de ander bouwen.
"In de trein waarin ik zit, kijk ik door het raam naar een ander deel van mezelf." — Fernando Pessoa, uit De Sigarenwinkel
Pessoa schreef ooit over de sigarenwinkel op de hoek, en over de man die er zonder na te denken naar binnen stapt en weer naar buiten. Een simpel, alledaags tafereel, en toch een van de meest eenzame beelden die er zijn: iedereen om je heen leeft zijn eigen film, waar jij hooguit een figurant in bent. Je loopt door een straat vol mensen die stuk voor stuk hun eigen universum met zich meedragen, en niemand van hen weet wat er in het jouwe speelt.
Kierkegaard zei dat het ergste soort eenzaamheid is om jezelf niet te kennen. Niet het gebrek aan anderen om je heen, maar het gebrek aan een thuis in jezelf. Want je kan een kamer vol vrienden hebben en alsnog vluchten, iedere avond weer, naar de afleiding van een scherm. "Ben je er nog?" vraagt Netflix, na de zoveelste aflevering. Een vraag die eigenlijk bedoeld is om je vast te houden op het platform, maar die soms toevallig iets veel groters raakt. Ben je er nog? Ben je nog aanwezig in je eigen leven, of kijk je toe hoe het aan je voorbijglijdt, aflevering na aflevering?
Er bestaat een verschil tussen alleen zijn en eenzaam zijn. Alleen zijn is een staat, een simpel feit: er is niemand anders in de kamer. Eenzaamheid is een gevoel, en dat gevoel laat zich niet altijd door gezelschap oplossen. Je kan in je eentje op een berg staan en je nog nooit zo verbonden hebben gevoeld met de wereld. Je kan op een verjaardagsfeestje staan, omringd door bekende gezichten, en je nog nooit zo onzichtbaar hebben gevoeld.
Misschien is het geen kwestie van het gevoel wegjagen, maar van het leren luisteren naar wat het probeert te zeggen. Eenzaamheid is vaak een seintje, geen straf. Een teken dat er ergens een verbinding mist, met een ander of met jezelf, en dat dat gemis om aandacht vraagt in plaats van om afleiding. Zoals honger je vertelt dat je moet eten, vertelt eenzaamheid je dat er iets gevoed moet worden. De vraag is alleen of je die honger stilt met een oppervlakkige snack, of met iets wat je écht voedt.
"Wie zichzelf verliest in de menigte, leert pas hoe luid stilte kan zijn."
Soms ben je omringd door stemmen, maar hoor je alleen het gefluister van je eigen gemis.