Je zit in een levensgroot potje Tetris. Dag in dag uit draait het hele leven om het plaatsen van die blokjes. Je schikt in de perfecte vorm, probeert te passen waar het systeem je zegt te passen. Je kijkt naar anderen, wilt hetzelfde leven als zij, wilt het lichaam hebben van de ander, minimaal hetzelfde niveau hebben als de ander en het liefst nog een beter leven hebben dan de rest. En op het moment dat je dat uiteindelijk doet, wanneer je het perfecte leven hebt gekopieerd, wanneer dat ene blokje precies in dat gaatje valt, wanneer alles perfect aansluit op elkaar, verdwijnt het. De rij lost op als een bruistablet in het water. En met die rij verdwijnt ook een stukje van jezelf. Het lijkt allemaal zo bevredigend, zo heerlijk, dat gevoel van "Ja, ik pas!", maar tegelijkertijd is dat precies wanneer je vervaagt naar de achtergrond en zelfs onzichtbaar wordt.
We ontkomen er niet aan. Constant worden we geconfronteerd met het leven van een ander, het succes van een ander, de positieve en negatieve zaken van een ander en hoe wij daar tegenover staan. Ben ik beter dan dat? Speel ik wel net zo goed als de ander? Hoezo kan ik niet haar lichaam hebben? Had ik maar dat luxe leventje van hem… We kijken naar de blokjes van anderen en vergeten dat hun spel een andere snelheid heeft, een ander scherm, misschien zelfs een ander spel.
Maar vergelijking is soms ook de stille motivator. Het kan je net dat duwtje in de rug geven om scherper te worden, om te groeien, om dat blokje net iets slimmer te zetten dan de vorige keer. Het gevaar zit echter in de richting: speel je om jezelf te verbeteren, of speel je om iemand anders te verslaan? Want zodra je spel afhankelijk wordt van dat van een ander, ben je niet meer aan het bouwen, maar ben je aan het najagen.
We vergelijken onszelf vaak niet eens met de ander, maar met het beeld dat we denken dat die ander van ons heeft. Een fictief scorebord waar we koste wat kost aan willen voldoen. Je probeert te tippen aan dat niveau dat nooit expliciet is uitgesproken, maar toch als waarheid voelt. Alsof de wereld naar je kijkt met een checklist in de hand, terwijl de meesten te druk zijn met hun eigen spel om überhaupt op jouw spel te letten. Vergelijking is vaak een aanname die je zelf hebt gecreëerd, maar niet van je wordt gevraagd.
Ze zeggen dat het gras altijd groener is bij de buren. Maar vaak kijk je gewoon naar een ander soort veld, met andere wortels, een andere bodem en andere zaadjes. Wat als jouw zaadjes juist bedoeld zijn om een ander soort groen te laten bloeien? Groener op jouw eigen manier. Jij hebt namelijk iets in handen wat niet te vergelijken valt: je eigen water. Geen gewoon water, maar iets heiligs: aandacht, tijd en energie. En hoe je dat verdeelt, bepaalt hoe jouw grasveld eruitziet. Niet dat van de buren.
"De rij die oplost geeft voldoening, maar neemt altijd iets mee dat niet terugkomt."
"We jagen op het groenste gras, terwijl 'groen' niets meer is dan een afspraak tussen onze ogen en ons brein."
"Het denkbeeldige scorebord is altijd het strengst voor degene die het zelf heeft gebouwd."